Hoe lang zal het niet geleden zijn? 30 jaar? 35, 40, dat het buitenbad bestond.
In ons dorp hadden we heel lang geleden een buitenzwembad. Het waren er eigenlijk drie! Het pierenbad, een middel bad met een glijbaan, en het diepe bad, met zwemplank, en van die afstoot dingen. Goh, hoe heette die ook alweer?
Soms dan denk je aan een herinnering, of neemt je gedachten je mee naar een plek, of wordt je wakker en zit je nog ergens half in een droom, die je stiekem nog de hele dag bijblijft.
Vandaag had ik een vroege dienst, en was voor een maandag lekker op tijd thuis. Dat kwam goed uit want mijn auto moest naar de garage. Normaal zou ik hem pas morgenvroeg weg hebben gebracht, maar omdat de temperaturen de pan uit rijzen besloot de garage op tijd te beginnen en hadden ze gevraagd om de auto vandaag al te brengen.
Om twintig voor twee liep ik de garage uit en besloot door het industrieterrein terug naar huis te lopen, daar was wat meer schaduw dus meteen ook iets koeler.
In al die 35 jaar is er zoveel veranderd, en hoe meer ik erover nadacht hoe meer het me opviel. En hoe meer het me mee terug nam in de tijd.
De tijd van onbezorgdheid, van kinds zijn, van oneindig lange zomers, waar we buiten speelde in het bos en tussen de struiken en nog nooit van teken hadden gehoord. Ik liep langs een bedrijventerrein waar vroeger een auto garage zat. Daar bracht ik toentertijd altijd mijn mini coopertje naartoe. Maar deze garage is weg. Vele bedrijven zijn vernieuwd, maar zo her en der staan er toch nog wel een paar van toen.
Wegen zijn verlegd, maar het gevoel van toen, dat hangt er toch nog steeds een beetje. Met wel veel meer autoś, geen regio volk, maar veelal mensen van net over de grens. En terwijl ik door een smal paadje liep, waar voorheen een weg lag, waar ik meerdere malen met mijn mini coopertje heb gereden, toen kwam daar opeens dat gevoel van het zwemmen, van dat pieren bad, van die glijbaan, een ijzerenvariant met blauw en of geel. Het smalle fietspad, de fietsenstalling en de betonnen ingang van het búute bad. Met kleedhokjes en oh, dat leuke hokje met open raam, waar je in de rij moest wachten en voor 10 cent per stuk snoepjes kon kopen. Weet je nog? Die banaantjes en de kersen van Haribo.
Terwijl ik richting huis liep besloot ik toch om een ommetje te maken, zo heel ver was het niet om, en terwijl ik langs de tennisbaan en vervolgens de voetbalvelden liep, kwam ik uit bij een smal bospaadje wat mij bracht bij een open veld. Als kind leek dit veld gigantisch groot. Nu leek het veel kleiner. De bomen die er stonden, herkende ik nog. Ik liep een stukje door en daar stond ik bij de ingang. Met nog steeds de kleine kiezels die er toen ook lagen, de fietsstalling met houten palen. Ik zag het zo voor me. Ik draaide me nog eens om en ging me voorstellen waar alles zo ongeveer stond, hoe en waar we in die vele jaren hebben gelegen op onze handdoeken, met in onze handen dat papieren puntzakje, gevuld met banaantjes, kersen en zo heel soms dat ijsje met die kauwgombal onderin.
Het zwemmen van toen, het was zo anders, we hadden geen telefoon, zelfs geen horloge bij. We deden gewoon ons ding. We verveelden ons niet.
We gingen van de glijbaan en gingen bij de badmeester kijken hoe ze het water controleren. En als we dan naar huis gingen, pakten we onze fiets uit de stalling en fietsten we over het smalle bospaadje naar de weg. Dit paadje vond ik als kind altijd mysterieus.
En dat is altijd zo gebleven.
Vandaag toen ik terugliep van de garage, en afsloeg om eens te kijken hoe het geheel eruit ziet na al die jaren, liep ik daar over het mysterieuze paadje. Het leek veel groter, de betonnen palen met prikkeldraad zijn nog steeds de palen van toen, een paar grote eiken stonden ook nog gewoon op hun vaste stek.
En terwijl ik mijn weg vervolgde naar huis, liep ik langs mijn oude straat, zag ik de opritten waar we in onze kindertijd met de rolschaatsen vanaf gleden. Ik zag de grote huizen aan de overkant en de platte woningen aan de Keulerstraat. Daar woonden vroeger oudere mensen, deze mensen zijn in de tussentijd natuurlijk ook allang vertrokken naar de eeuwige jachtvelden, zoals mijn vader zou zeggen en waar hij zich op dit moment ook bevindt. Ik liep door richting huis en liep langs het grasveld wat er 35 jaar geleden ook al lag, samen met het stinkende transformatorhuisje. Ik heb het altijd leleijk gevonden, maar het staat er nog steeds. Er stonden vroeger madeliefjes op het gras waarvan we kransen maakte. Dan zaten we daar een middag op het gras en genoten we van de geur en de zon. Vanaf een eind hoorde je dan weleens je moeder roepen dat je naar huis moest komen om te eten. Ach, waar is de goede oude tijd gebleven?
Ik woon nu een paar straten verderop vanaf mijn ouderlijk huis. Er is veel veranderd, maar gelukkig zijn er ook een aantal dingen gespaard gebleven.
De zomers zijn warmer geworden, de beleving is verdwenen maar het gevoel is er nog steeds. Misschien dan wel niet meer exact zoals toen. Maar vandaag bracht het me toch weer even wat vreugde, gaf het me een gevoel van dankbaarheid, dat ik daar stond, helemaal alleen in me uppie aan de ingang van het búute bad. Met het geluid van rijdende fietsers die door het bospaadje scheurde, met krijsende blagen, met de geur van chloor, het gevoel van het gras onder je voeten, en de smaak van zoete Haribo banaantjes. Het voldane gevoel op het einde van de dag, en niet weten wat er morgen kwam. Je leefde in het nu en omdat de zomer niet voorbij leek te gaan, en we thuis altijd wel wat lekkers te eten kregen, een BBQ, zelfgemaakte koude schotel, met van die waaiertjes die mijn moeder uit zoetzure augurken sneed. De avonden gezellig nog buiten en de zon die achter het huis verdween, maar de rij huizen achter ons nog altijd verlichte, hoe eenvoudig het ook klinkt, het gaf mij altijd een heerlijk gevoel. De merel op het puntje van het dak, de muziek die aanstond, en als je dan naar bed moest hoorde je met het hor in het raam een eindje verderop een hond aanslaan, waar vervolgens weer een andere hond antwoord op gaf, en waar je op den duur door in slaap viel.
Hoe bijzonder kan het gaan op een maandagmorgen? Waarop je vervroegd je auto naar de garage moet brengen en je opeens helemaal wordt meegezogen terug naar midden jaren tachtig. Naar warme zomers, verkoelende plekjes onder de bomen, de geur van chloor, het gras en het rare transformatorhuisje. De smaak van koude schotel, die heerlijke Poestasaus bij de BBQ-worst die mijn vader vakkundig op de kolen BBQ had gegrild. En niet te vergeten die zure waaiertjes en die onvergetelijke Haribo banaantjes.
Het búutebad. het is er al zolang niet meer, en hoe ik er nu zo ineens door werd aangetrokken, god mag het weten. Het geeft mij wel weer even dat zorgeloos gevoel, dat zal morgen wel spontaan verdwijnen als ik bij de garage mijn onderhoud moet aftikken. Maar dat mag de pret niet drukken, als mijn nieuwe dinkytoy dan weer keurig zijn onderhoud heeft gehad, en ik me weer van A naar B en van B weer terug naar A kan verplaatsen, dan is het alleen maar fijn. Om vervolgens met mijn haren in de wind te genieten, nu dan in mijn rode Roadster, toentertijd op mijn rode kinderfiets.
Deze maandagmorgen begon vroeg, begon voldaan, bracht me een heleboel herinneringen en het gevoel van onbezorgdheid.
Ik ga nog heel even genieten, ik ga nog even voelen, ruiken en vooral proeven… 35 jaar geleden is een hele tijd, maar zelfs op een maandag kunnen ze voelen als de dag van gister.
