Over deze vraag hoef ik niet na te denken. En ja, ik weet dat dit tijdperk geen luxe biedt, geen comfort, geen supermarkt om de hoek heeft en van een toiletbril hadden ze waarschijnlijk ook nog nooit gehoord. Laat staan van een televisie, radio of telefoon.
Om in dit tijdperk te leven, moet je van goede huize komen en weetje? Ook al was er veel verderf, onrust en ziekte, ik zou het heel graag eens willen proberen, ik zou het dolgraag eens willen proeven.
Het tijdperk van ridders op witte paarden, van kastelen en IJzeren ketels, zwaarden, messen en hooi. Broden, soep en wijn.
Waar mannen mooie witte geknoopte sjaal om hun hals droegen en niet te vergeten een glimmend zwaard. En de vrouwen zich omhulden in mooie jurken, vaak drie over elkaar met tal van knoopjes en een heupband om de rok net wat mooier te laten zwieren.
Een tijdperk waarin men leefde samen met de natuur, een leven zonder technologie, waar de mannen nog heldhaftig waren en de dames Milady werden genoemd.
Het is een harde wereld, een vaak wrede wereld, beschuldigingen, wantrouwen met brandstapels en hand-af hak perikelen waren de normaalste zaak van de wereld.
En toch trekt dit tijdperk me.
Ik zie het wel zitten om als dienstmeid aan de slag te gaan, of als een eenvoudig boerinnetje. Oké, als ik het dan echt helemaal voor het zeggen heb, blijf ik de kasteelvrouwe die ik nu in 2026 ben. Met wat minder luxe, maar met wel een eigen paard, een prachtige jurk en oké, de nodige wijn. Want dat dronken ze in overvloed. En dat te samen in een mooi kasteel met mooie ronde torens een open haard en een ophaalbrug.
De middeleeuwen, of de vroegmoderne tijd. Hoe jij het noemen wil. Dit is het tijdperk waar ik beslist naar toe zou reizen.
